Wetenschappelijk onderzoek naar premenstrueel syndroom zoekt vrijwilligsters

De meeste vrouwen voelen zich een beetje anders naargelang de fase van hun menstruatiecyclus. Het premenstrueel syndroom zou slechts vijf procent van alle vrouwen helemaal ongemoeid laten. Evenveel vrouwen hebben bijzonder veel last, ze lijden aan het dysforisch premenstrueel syndroom. Aan de Universiteit van Antwerpen loopt momenteel een studie naar de oorzaken van deze ongemakken. Vrijwilligsters worden gezocht om deel te nemen aan dit voor alle vrouwen belangrijk onderzoek.

Bij drie tot acht procent van de vrouwen treedt het premenstrueel syndroom (PMS) op onder een meer ernstige vorm, het zogenaamd dysforisch premenstrueel syndroom (PMDD). Als bij PMS de klachten mild zijn breken ze hier in alle hevigheid uit. Emotionele symptomen zoals ernstige verstoring van het gemoed neigend naar depressie, prikkelbaarheid, angst, vermoeidheid, concentratie- en slaapstoornissen kenmerken PMDD. Het gaat zelfs zo ver dat sommige vrouwen het gevoel hebben de controle over zichzelf te verliezen. Ook het libido gaat mee in de beweging met meer of minder zin in seks.

Soms gaan de psychische klachten met fysieke symptomen gepaard, eetluststoornissen, hoofdpijn of spanning in de borsten, zelfs oedeem en lage rugpijn maken vrouwen het leven onaangenaam.

Als de menopauze op hen afkomt worden de symptomen erger om daarna te verdwijnen. Ook bij zwangerschap of tijdens de borstvoeding, als de menstruatie tijdelijk wegvalt, blijven de symptomen uit.

‘Het zullen de hormonen wel zijn zeker’

Hoewel de echte oorzaak van PMS en PMDD nog steeds niet bekend is, valt al snel het woord ‘hormonen’. Nogal wat vrouwen krijgen er toespelingen op als ze eens wat minder geduld hebben met hun veeleisende omgeving.

Hoe dan ook gaan sommige hypothesen dezelfde kant uit.

Cyclische schommelingen in het gehalte van de vrouwelijke hormonen oestrogeen en progesteron zouden achter zowel de fysieke veranderingen als de wijzigingen in het gedrag zitten. Deze hypothese wordt ondersteund door het feit dat PMS nooit optreedt vóór de menarche of na de menopauze.

Anderzijds heeft men geen verschillen kunnen vaststellen tussen de oestrogeen- of progesteronspiegels van vrouwen die aan het premenstrueel syndroom lijden, en de hormonenspiegels van vrouwen die geen klachten vertonen. Er is echter ook onderzoek dat stelt dat het niet gaat over verschillen in het hormoonpeil maar wel over de response die het lichaam geeft op ‘normale’ hormonenspiegels.

Stress lijkt eerder een gevolg dan een oorzaak te zijn van PMS. Maar een psychosociale problematiek als depressie of zware relationele moeilijkheden wordt wel in rekening genomen als mogelijke oorzaak.

Allergie en bepaalde voedingsmiddelen en eetgewoonten, onder meer chocolade, alcohol en cafeïne, zouden PMS dan weer wel stimuleren.

Uit tweelingenstudies is gebleken dat een genetische invloed wel mogelijk is. Ook dochters van vrouwen die aan het premenstrueel syndroom lijden of leden, hebben vaker last van dit soort klachten dan dochters van vrouwen die geen premenstruele symptomen vertonen.

Maar hier kan de omgeving haar invloed uitoefenen en het jonge meisje ‘aanleren’ dat ze bij het menstrueren een moeilijke tijd doormaakt. Mooi om weten is dat er culturen bestaan waar vrouwen trots zijn op hun menstruatie en het als een teken van hun vrouw-zijn zien. Van PMS hebben zij nauwelijks last.

Een tekort aan de neurotransmitters gamma-aminoboterzuur en serotonine tijdens de menstruele cyclus maakt ook opgeld als hypothese voor de oorzaak van PMS of zijn ergere vorm PMDD. Neurotransmitters zijn stoffen die informatie van de ene zenuw naar de andere overdragen. Een onvoldoende werking van de neurotransmitter serotonine zou mede verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van depressies en angsten.

Als dat zo is, kun je de klachten als vrouw in elk geval zelf te lijf gaan met lichaamsbeweging. De psychische en fysieke conditie varen er wel bij.

Weten is beter dan gissen

Aan de Universiteit van Antwerpen wil men de vrouwen met PMS en PMDD graag helpen. Tot dusver zijn de klachten moeilijk te behandelen omdat de oorsprong ervan niet in kaart is gebracht en er meer hypothesen dan zekerheden zijn. Onderzoek naar de invloed van vrouwelijke hormonen op de hersenen en het verband met premenstruele klachten moet helpen duidelijkheid te scheppen.

Door uw deelname kan u bijdragen aan een belangrijk wetenschappelijk onderzoek met grote sociale relevantie. De studie is bovendien helemaal veilig.

Op welbepaalde tijdstippen in uw menstruele cyclus worden drie MRI-hersenscans genomen, telkens gevolgd door een kleine bloedafname. Er zijn geen schadelijke gevolgen aan dit onderzoek.

Vrouwen tussen 18 en 30 jaar die geen enkele vorm van hormonale anticonceptie (pil, vaginale ring, klever, minipil, prikpil …) gebruiken, kunnen deelnemen.

Het onderzoek heeft zowel vrouwen met als zonder premenstruele klachten nodig. Vrouwen die wel degelijk hormonale anticonceptie nemen en klachten ondervinden rond hun stopweek kunnen eveneens deelnemen.

U kunt zich aanmelden bij timo.debondt@ua.ac.be

http://www.uza.be/onderzoek-naar-premenstruele-klachten

 

 

Nog geen reacties

Leave a Reply