Genderstatistieken weerspiegelen een samenleving in beweging

dinsdag 21 februari 2012 – (Marleen De Geest) – Ieder heeft zijn waarheid maar er heerst toch altijd enige nieuwsgierigheid naar hoe die in de ‘statistische waarheid’ past. Als u het gevoel hebt veel vaker de stofzuiger te hanteren dan uw partner, weet dan dat statistisch gezien vrouwen driemaal meer schoonmaken dan mannen. Als hij blijft beweren dat u een kluns bent in het verkeer, pareer hem dan met de cijfers: in 69 procent van alle ongevallen zit er een man achter het stuur.

Vrouwen en mannen in cijfers gevat, levert een kleurrijk beeld van onze samenleving op. Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (IGVM) bracht de tweede editie uit van genderstatistieken en genderindicatoren onder de titel ‘Vrouwen en Mannen in België’.
Het is een keurig naslagwerk met cijfers over vele facetten van de maatschappij zoals bevolkingssamenstelling, huwelijk en echtscheiding, gezondheid, arbeid en inkomen, combinatie gezin en werk, opleiding, tijdsbesteding, ondernemerschap, managementposities, mobiliteit, ICT-gebruik, criminaliteit en partnergeweld.

Een aantal vooronderstellingen of zelfs stereotypen worden door de eigenzinnige statistische realiteit bevestigd en een aantal weerlegd.
Feit blijft dat mannen zowat hun hele leven kwetsbaarder zijn dan vrouwen, de sterftekans van mannen is een veelvoud van die van vrouwen, mede omdat ze meer risicovol leven. Toch groeit hun levensverwachting naar elkaar toe omdat de levensverwachting van mannen nu iets sneller stijgt dan die van vrouwen.

Drie huwelijken en twee scheidingen

Gemiddeld krijgen Belgische vrouwen nu 1,85 kinderen en zijn ze 28 jaar bij de geboorte van hun eerste kind.
Het aantal huwelijken daalt weer licht, in 2010 waren het er 42 159. Voor elke drie afgesloten huwelijken werden er in dat jaar twee echtscheidingen uitgesproken, gemiddeld hield de verbintenis het zo een veertien jaar uit.
Vrouwen gaan vaker een homohuwelijk aan dan mannen en laten het ook vaker ontbinden.
Sinds 2007 worden er meer samenlevingscontracten afgesloten dan dat er wordt getrouwd. Het aantal verbrekingen ervan neemt langzaamaan toe.
Uit een en ander volgt dat de gezinssamenstelling grondig wijzigde en het traditionele kerngezin nog slechts een kwart van alle gezinnen uitmaakt. De groep alleenstaande ouders met kinderen groeit voortdurend aan evenals die van de alleenwonenden. Anderhalf miljoen mensen woont alleen en iets meer dan de helft zijn vrouwen.

Loonkloof bestaat nog 23 jaar

De loonkloof tussen vrouwen en mannen bedraagt globaal gezien tien procent. In de minder gereguleerde privé-sector verdienen vrouwen, op basis van het bruto-uurloon berekend, wel 25 procent minder dan mannen. Wanneer in rekening wordt genomen dat vrouwen veel meer dan mannen deeltijds werken, 44 tegen negen procent, dan is de loonkloof nog veel wijder. Op basis van de verdeling van de totale loonmassa ontvangen vrouwen 38 procent van alle brutolonen terwijl 46 procent van de werknemers vrouw is en alle vrouwen samen 42 procent van de werkuren voor hun rekening nemen.
Voorzitster van de Raad van bestuur van het IGVM Vera Claes betoogt dat, als alles bij het oude blijft, het nog 23 jaar duurt voor de loonkloof is dicht gereden.

Bij de zelfstandigen in hoofdberoep bedraagt de inkomenskloof 42 procent.
De pensioenen volgen de trend, de maandbedragen van vrouwen en mannen liggen gemiddeld 23 procent uit elkaar.

Vrouwen lopen meer risico om onder de armoedegrens te verzeilen, zo is 57 procent van leefloongerechtigden vrouwelijk. Vrouwen hebben ook meer kans om financieel afhankelijk te zijn, een derde van de vrouwen is aangewezen op het inkomen van een huisgenoot tegen een op tien van de mannen. Wanneer vrouwen hoger opgeleid zijn, daalt de financiële afhankelijkheidsgraad drastisch wat niet belet dat een op vijf van hen nog op het inkomen van een huisgenoot terugvalt.

Aantal huismannen verdubbeld

De werkzaamheidsgraad van vrouwen nam toe tot bijna 62 procent. Mannen zijn voor ruim 73 procent beroepsactief. Goed vijf procent vrouwen en zes procent mannen hiervan zijn werkloos.
Veertien procent van de werkende bevolking is zelfstandig. Ongeveer een derde hiervan is vrouwelijk.
Vrouwen zijn als zelfstandige sterk vertegenwoordigd in de vrije beroepen en de diensten.
Drie vierde van de loontrekkenden werkt in de privé-sector. In de publieke sector werken meer vrouwen dan mannen maar in verhouding zijn meer mannen vastbenoemd.

Vrouwen doen vaker dan mannen een beroep op tijdskrediet, loopbaanonderbreking en zorgverlof en dit vooral om de combinatie van arbeid en gezin vlot te laten verlopen. Vrouwen nemen ook vaker (on)betaald verlof om de kinderen tijdens vakanties op te vangen.

Opmerkelijk is ook dat het het aantal huismannen in 25 jaar is verdubbeld, ze zijn nu met 15 000. Voor iedere huisman zijn er 32 huisvrouwen hoewel hun aantal met 61 procent is afgenomen.
De meeste mensen die daarover werden ondervraagd zijn tevreden over de manier waarop werk en zorgtaken zijn georganiseerd, al zijn mannen meer tevreden dan vrouwen.

Betaalbare en kwaliteitsvolle kinderopvang speelt meer voor vrouwen dan voor mannen een rol in het minder of niet gaan werken. Een gebrek aan opvang heeft invloed op de keuzes van dertig procent van de vrouwen en dat is slechts voor dertien procent van de mannen het geval. Meer dan tien procent van de vrouwen vermeldt dat de beschikbare opvang te duur is.

Mannen hebben meer vrije tijd

Ook wat gemiddelde tijdsbesteding van vrouwen en mannen betreft, blijven de stereotiepe patronen overeind: vrouwen stoppen opmerkelijk meer tijd in huishoudelijk werk en persoonlijke verzorging dan mannen. Mannen werken meer uren buitenshuis en hebben veel meer vrije tijd. De voorbije decennia werden de verschillen echter teruggedreven.

In 2005 besteden vrouwen gemiddeld tien uur per week meer dan mannen aan huishoudelijke klussen waar dat verschil tien jaar eerder nog 28 uur en twintig minuten bedroeg. Met de kinderen zijn moeders ruim dubbel zolang bezig als vaders.

Blijkbaar blijft de kiem van dat verschil in de gezinnen van vandaag bestaan. De tijdsbesteding van tieners liegt er niet om: meisjes tussen twaalf en achttien jaar doen op een gewone schooldag een derde meer huishoudelijk werk dan jongens, op zondag is dat anderhalve keer zoveel en op zaterdag het dubbele. Misschien doen de jongens een betaalde studentenjob of bouwen ze hun voetbalcarrière uit terwijl de meisjes zich thuis nuttig maken.

Overigens kondigt het verschil in loon voor een studentenjob de latere loonkloof al aan, meisjes verdienen gemiddeld tien procent minder dan jongens.

De toekomst begint vandaag en met de cijfers in de hand nodigt het IGVM beleidsmakers uit om de genderstatistieken, waar ze krom zijn recht te trekken.
De publicatie ‘Vrouwen en mannen in België: Genderstatistieken en genderindicatoren’ is gratis te verkrijgen bij het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. Gelijkheid.manvrouw@igvm.belgie.be of te downloaden via de website www.igvm.belgium.be

, , , ,

Nog geen reacties

Leave a Reply